Reisje langs de Rijn (Wat drijft er in de Rijn)

Laatst maakten we op de mooie Rijn een tochtje
Bij Bazel zagen we al meteen in ’t eerste bochtje
De sjemische fabrieken daar, oh indrukwekkend
Hoe al die afval onverpoosd
In het water werd geloosd
En de club op de boot
Die zong van klein tot groot

Refrain:
Kijk wat drijft daar in de Rijn, Rijn, Rijn
Blinkend in de zonneschijn, -schijn, -schijn
Jongens heb ik het nou mis, mis, mis
Nee, dat is, is, is
Dooie vis, vis, vis
Door ’t vergif zo bant van kleur, kleur, kleur
En met zo’n aparte geur, geur, geur
Allerlei en allerhand, -hand, -hand
Komt bij Lobith in ons land

Bij Mannheim lag een Rijnaak stil die had een lekje
En daardoor kwam op de rivier een nieuw paars plekje
Bij Koblenz zagen wij veel schuim in witte vlokken
Dat dreef aan onze Lorelei
Zo prachtig mooi voorbij
En de hele schuit
Die zong het toen weer uit

Refrain:
Kijk wat drijft daar in de Rijn, Rijn, Rijn
Blinkend in de zonneschijn, -schijn, -schijn…

Wij dronken er een wijntje op
Ja, menig glaasje
En ’s avonds lag daar op de Rijn
Een mooi blauw waasje
De flessen gooiden we overboord bij Oberhausen
Dat zelf bepaald niet achterbleef
Te zien aan wat er dreef
En de club op het dek
Zong bij elke nieuwe vlek

Refrain:
Kijk wat drijft daar in de Rijn, Rijn, Rijn
Blinkend in de zonneschijn, -schijn, -schijn…

(Der hier bereits vorgestellte Text von Louis Davids, verballhornt von Michel van der Plas, laut muzikum.eu bereits 1975 – elf Jahre vor der Sandoz-Katastrofe – veröffentlicht und von Adèle Bloemendaal gleichsam als Quadratur des niederländischen Karnevals zu Berliner Luftböen auf die Bühne gebracht. Daß in den Niederlanden Karneval begangen wird, mag überraschen. Vor allem in den überwiegend katholischen Südprovinzen Limburg und Brabant, informiert das Touristikportal holland.com, würden “die meisten Einwohner Karneval feiern. Obwohl manche Menschen die Karnevalstraditionen sehr ernst nehmen, halten es die meisten einfach und trinken, singen und tanzen in bunten Kostümen. (…) Narren begeben sich von Kneipe zu Kneipe und grüßen Prinz Karneval mit einem kräftigen, dreifachen „Alaaf“.” Was insgesamt sehr rheinisch klingt wie auch der abschließende Ratschlag an den am niederländischen Karneval interessierten Touristen, der sich einfach ein “verrücktes Kostüm” anziehen möge: er würde dann “perfekt integriert”.)

Een reisje langs den Rijn

Laatst trokken we uit de loterij
Een aardig prijsje
‘k Zei tot mijn vrienden: ‘Maak met mij
Een aardig reisje.’
Die wou naar Brussel of Parijs
Die weer naar Londen
‘Vooruit!’ riep ik, ‘wij maken fijn
Een reisje langs den Rijn!’
In een wip, sakkerloot
Zat het clubje op de boot

Refrain:
Ja, zoo’n reisje langs den Rijn, Rijn, Rijn
‘s Avonds in den maneschijn, schijn, schijn
Met een lekker potje bier, bier, bier
Aan den zwier, zwier, zwier
Op d’rivier, vier, vier
Zoo’n reisje met een nieuwerwetsche schuit, schuit, schuit
Allemaal in de kajuit, juit, juit
‘t Is zoo deftig, ‘t is zoo fijn, fijn, fijn
Zoo een reisje langs den Rijn

Zoo kwamen we met prachtig weer
Het eerst bij Keulen
Mijn tante walste over ‘t dek
Als een jong veulen;
Oome Kees nam zijn harmonica
En ging aan ‘t trekken
En dadelijk zong kromme teun
‘Deutschland! wie bist du schon!’
Nichtje Saar, welk gevaar
Riep: ‘Houdt op, ik word zoo naar!’

Refrain:
Ja, zoo’n reisje langs den Rijn, Rijn, Rijn
‘s Avonds in den maneschijn, schijn, schijn…

Bij Mannheim kwam er bliksem
Het begon te waaien
Mijn tante riep: ‘Het schip vergaat
We zijn voor de haaien!’
Zij vloog naar de commandobrug
En riep: ‘Kap’teintje
Beneden in de eerste klas
Ligt nog mijn beugeltasch
O kap’tein! maak geen gijn
Geef me een slokkie brandewijn!’

Refrain:
Ja, zoo’n reisje langs den Rijn, Rijn, Rijn
‘s Avonds in den maneschijn, schijn, schijn…

(Das Lied stammt aus dem Jahr 1906, der Text von Louis Davids. Hier nachzuhören in einer Interpretation von Willy & Willeke Alberti - als außergewöhnlich karnevalistisches Arrangement für den calvinistisch geprägten Stamm der Niederländer.)